Meer Lezen

De titelpagina van het Handboek De Ideale Bodem.
Titel pagina De Ideale Bodem

De inhoudsopgave van het Handboek.

Inhoudsopgave Handboek De Ideale Bodem Inhoudsopgave Handboek De Ideale Bodem Inhoudsopgave Handboek De Ideale Bodem

——–

Hoofdstuk 1

De Nieuwe Landbouw. Wat is het, en wat is het niet
Waar zijn wij vandaag met onze voedsel­voorziening aangeland? De meeste mensen zullen het er mee eens zijn dat het geen geweldige situatie is. Hoe zijn we tot onze huidige (slechte) voedsel­kwaliteit gekomen, met hoge niveaus giftige chemicaliën, en voortdurend slechter wordende landbouw­gronden over de hele wereld? En dan hebben we het nog niet eens over de groeiende voedsel­tekorten en prijs­inflaties.

Dit is niet verwonderlijk: het heeft dezelfde wortels als onze hedendaagse afgrijselijke economische ontwikkelingen op alle andere gebieden, die ook hun oorzaak hebben in kortzichtige hebzucht, gekoppeld aan ondeskundigheid en manipulatie ten behoeve van enkelen en ten koste van de rest. Wie vaart er wel bij, als de hele mensheid ziek en ondervoed is? De mensheid zelf in ieder geval niet, dat is zeker.

De rijkere mensen mogen dan wel meer geld en zekerheid in het leven hebben, hun voedsel is niet beter dan de gemiddelde boer, en soms slechter. Het dalende kwaliteitsniveau van de voeding baart iedereen grote zorgen. Zeker hebben de rijken een overvloed aan voedsel, maar ze hebben dezelfde ziekten als gevolg van ondervoeding en toxiciteit, namelijk kanker, diabetes, hart- en vaatziekten, en de vele verschillende auto-immuunziekten zoals MS en AIDS. Het doet er niet toe of we in een exclusief restaurant eten of in een eenvoudige hut, we hebben allemaal te maken met voedingsstoffen­tekorten en toxische overbelasting. Dit is de situatie die ons nagelaten is uit anderhalve eeuw toenemende landbouw­dominantie volgens commercieel industrieel model, dat alleen maar op opbrengst en op winst gericht is. Ieder die de moderne landbouw­wereld objectief beschouwt, kan dit zien.

Er zijn ook andere landbouw­stromingen die het chemische industriële model hebben afgewezen en veel lof verdienen voor hun inspanningen om schoon voedsel te verbouwen en een gezonde omgeving in harmonie met de Natuur te creëren. Op de volgende pagina’s gaan we kijken waar volgens ons de alternatieve manieren tekort­schieten in het doel om echt duurzaam te zijn of te voorzien in het best mogelijke voedsel. We zullen ook een beetje leren over de geschiedenis van de mineralen­evenwicht-landbouw en zijn huidige rol in de wereldproductie. Het onderstaande is niet bedoeld om te grieven, maar het is ook geen vleiend stuk.

Wat is De Nieuwe Landbouw niet
Alle hedendaagse landbouw­bewegingen claimen dat ze de antwoorden hebben, maar is dat wel zo? Deze schrijver denkt van niet.

De partijen van ‘beter leven door middel van chemische stoffen’ geselen nog steeds hun ‘uitgeput paard’. Ze hebben de bodem van hun rijkdommen beroofd, de humus erin opgebruikt en het leven in de bodem gedood. Ze hebben zo een niet gering deel van de Natuur in een uitgeput toxisch afvalland veranderd, waarop nu Frankensteins monstergewassen worden geteeld: genetisch gemodificeerde organismes (GMO’s), ontwikkeld om te leven onder die omstandigheden. We kunnen wel bedenken hoe dit afloopt…

Dit Handboek gaat over wetenschap en chemie, maar dan in dienst van de mensheid en in harmonie met de Natuur. Niet een wetenschap en chemie die misbruikt worden om de Natuur te onderwerpen en uit te buiten.
De mens is een zelfbewust en intelligent zoogdier. We hebben ogen en oren en hersenen, benen en armen en handen. We zijn in staat om het heden te begrijpen en de toekomst te zien. Onze opgave zou die van zorgdragers van onze leefruimte, ons huis, moeten zijn, omdat wij de enigen zijn die dat kunnen. Een intelligent persoon zaagt niet de boom om die hem schaduw geeft in de hete namiddagzon, en laat ook geen afvalwater in het drinkwater van zijn familie stromen. Het is niet logisch om onze enige leefruimte voor kortetermijn­voordeel te gebruiken. Duidelijk is dat dit niet gewerkt heeft, dat het nu nog niet werkt en ook in de toekomst niet zal werken.

De wereldwijde Biologische landbouw­organisaties met al hun takken, bieden simplistische oplossingen, meestal één simplistische oplossing: voeg meer Organisch Materiaal (OM) aan de bodem toe (dit is ook de school waar deze schrijver uitkomt en de meeste telers waarmee we samenwerken). Hoewel dit een stap in de goede richting is wanneer het humusgehalte te laag is, doet het weinig aan een voedings­stoffen­tekort, vooral wat betreft minerale tekorten. Toch wordt het stevig verdedigd en geproclameerd alsof het dé oplossing voor iedereen zou zijn. Is dit wel zo? Nee. Hoewel essentieel, zijn bodembiologie en Organisch Materiaal een deel van de oplossing voor een gezonde bodem en voedingsrijke gewassen. De Natuur is niet eenvoudig, en een één-maat-voor-alles-antwoord gaat de voedings- en milieucrisis waar we in zitten niet oplossen.

Diegenen die de Biologisch-dynamische school volgen, mogen we danken voor hun diepe eerbied voor de Natuur en voor het feit dat ze veel traditionele kennis hebben bewaard en naar het heden hebben overgebracht. Ze hebben een begrip van energieën die veel verder gaat dan de normale elektrische stromen, maar door de mineralen in de bodem niet volledig te begrijpen, beperken ze hun potentieel.

Permacultuur werkt in vele gevallen goed, maar is meestal een methode om de bestaande bodem te stabiliseren en erosie te voorkomen. In een permacultuur­systeem worden de vele voedings­stoffen in de bodem grotendeels behouden, en wat eruit gaat, wordt vermoedelijk weer vervangen middels een nieuwe laag OM. Als ieder beetje van het gewas dat weggenomen werd ook op de één of andere manier werd vervangen, dan zou het voedings­gehalte van de bodem zo blijven zoals het in het begin was. Dit is bij de meeste landbouw­gronden echter lang niet het geval.

De vele fans en promotors van bodembiologie, aardwormen en schimmels, vertellen ons dat een biologisch actieve bodem giftige resten zal afbreken, dat het de humus zal verhogen en dat de gunstige organismen mineralen en voedingsstoffen beschikbaar zullen maken voor de plant. Wat men zich echter niet afvraagt is: “Wat als de noodzakelijke mineralen niet in de bodem zitten?”

De nieuwere hightech-oplossingen zoals hydrocultuur, of nog nieuwer, de aerocultuur, leveren ook vraagtekens op. Kunnen we op ze rekenen om onze landbouw te redden? Niet als ons doel is om de wereldpopulatie en de dieren te voeden. Ze zijn goed om mooie tomaten te laten groeien voor de supermarkt, of goed uitziende sla, maar deze nieuwe systemen hebben een aantal fundamentele problemen, waarvan sommige onoverkomelijk zijn wanneer ons doel duurzaam en voedingsrijk voedsel is. Het meest duidelijke probleem is dat ze energie­verslindend zijn. Ze gebruiken pompen en ventilators en vaak ook licht. In het belang van zelfvoorziening is het de vraag waar die energie vandaan moet komen. En als de energie op is, gaat men dan op een fietsgenerator zitten en trappen om de pompen en ventilators draaiende te houden? Naast het feit dat ze energie­verslindend zijn, vereisen zowel de hydrocultuur als de aerocultuur speciale containers, groeioplossingen, training en omgangswijze. Ze zijn niet automatisch.

Er zijn nog andere, niet zo voor de hand liggende problemen met de hydrocultuur. Men heeft altijd water­oplosbare meststoffen nodig, en deze moeten zuiver zijn. Niemand doet compost in de hydrocultuurbakken. Daardoor is natuurlijke organische hydrocultuur erg moeilijk. Een ander nadeel is dat alleen bepaalde gewassen geschikt zijn voor hydrocultuur; meestal alleen die soorten die je in de winkel tegenkomt: sla, tomaten, paprika, en enkele kruiden. Niemand zal een veld aardappelen, cassave of knolraap via hydrocultuur kweken, net zomin als duizenden hectares granen en peulvruchten. En er zal ook niemand gras of hooi via hydrocultuur of aerocultuur gaan kweken.

Het grootste nadeel van deze systemen is echter de ontbrekende voedings­compleetheid in de producten. Design­groenten die gekweekt worden in een voedings­oplossing, worden gekweekt om er goed uit te zien en niet voor de voedingswaarden. Nog niemand heeft bewezen dat een complete voeding op een dergelijke kunstmatige manier gekweekt kan worden.
We moeten ook de hedendaagse (of van de laatste tien jaar) gesloten-systeem-theorie noemen; de alles-in-één-visvijver met hydrocultuur-tuin. Zoals je misschien weet, is het idee daarachter dat men vissen in een vijver kweekt en het viswater gebruikt om het hydrocultuur-systeem te irrigeren. De voedings­stoffen in het viswater worden op deze manier als meststof voor de planten gebruikt. Het water komt er aan de andere kant weer ‘schoon’ uit en gaat zo naar de visvijver. Er zijn verschillende ideeën over wat de vis dan moeten eten, want de teler gaat zowel de vis als de groente eten. Deze theorieën klinken op zich goed, maar alle theorieën schijnen glazen of kunststof koepels nodig te hebben. We kunnen onszelf niet voeden en ons vervuild milieu genezen met geïsoleerde koepels in het landschap.

Bovengenoemde hightech-systemen zijn zaken om van te leren, we hebben er kennis door gekregen. Een waardevolle bijdrage is dat we nu beter weten welke mineralen absoluut essentieel voor plantengroei zijn. De systemen zijn echter niet geschikt om je familie of maatschappij mee te voeden, en ze vormen niet het fundament van De Nieuwe Landbouw.
De plaats waar gewassen moeten groeien is in aarde, in een voedingsrijke biologisch actieve bodem, niet in afgemeten oplossingen van voedings­stoffen. Onder de zon, en niet onder kunstlicht. Zonlicht is geconcentreerde energie en planten zijn er goed in om die te gebruiken. Zonlicht is ook gratis. Binnen de grenzen van het klimaat waar men zit, kan men micro-omgevingen creëren om zonlicht­opname te maximaliseren. Men kan gewassen kiezen die het goed doen in die lokale omstandigheden. In Alaska en Finland kan men bijvoorbeeld kiezen om kool te verbouwen in plaats van meloenen.

De Nieuwe Landbouw zal niet succesvol worden door dogmatisch aandringen van simplistische oplossingen, zoals het toevoegen van OM aan de bodem, en ook niet door geforceerde bemesting met synthetische meststoffen en het gebruik van toxische reddingsstoffen. Het antwoord zal ook niet gevonden worden in energie­verslindende technologie of kunstmatige micro-omgevingen. Oplossingen worden ook zeker niet gevonden door te weigeren buiten welk ideologisch denkraam of overtuiging dan ook, te kijken.

De Nieuwe Landbouw
Tegenwoordig hebben we een gefragmenteerde landbouw. Toch hoeven we niet te lijden onder collectieve waanideeën en scheiding; dat dient geen enkel doel voor de mensheid en de Natuur, het verdeelt ons alleen maar. Daarom is hier een voorstel: hoe zou het zijn als we de landbouw tot een hoger niveau zouden brengen, door het beste van alle moderne kennis bij elkaar te nemen en te combineren met de traditionele kennis die door de geschiedenis van de mensheid heen verzameld is. Als we de wetenschap van bodemchemie en voeding nu eens samen zouden gaan gebruiken met de hedendaagse kennis van bodem- en planten­biologie, en met onze hedendaagse kennis van energie, zowel de elektromagnetische als de subtiele energieën. Een paar vragen dienen we ons wel te stellen: wat werkt en zal blijven werken en wat werkt nu niet of heeft in het verleden niet gewerkt?
Op deze manier wordt er geen speciale nadruk gelegd op een bepaald dogma of op een bepaalde landbouw­school. De focus komt dan te liggen op gezonde bodem, voeding, duurzaamheid en efficiëntie, op een voortdurende verbetering van de gezondheid: van land, van planten, van dieren en van mensen.

We moeten een systeem zoeken dat bij ieder gewas in elk klimaat goed werkt, en dat zorgt voor een hoge opbrengst, hoge kwaliteit én hoge voedingswaarde, terwijl het tevens de insecten- en ziekteproblemen flink vermindert. De planten zouden goed leven en supergezond zijn, omdat ze alle benodigde voedingselementen vrijelijk tot hun beschikking hebben. Het immuunsysteem van zowel de planten als de bodem zouden dan sterk en gezond zijn; en sterke, gezonde planten trekken geen schadelijke insecten of ziekten aan. De dieren en mensen die deze planten consumeren, zouden het meest voedingsrijke voedsel binnen krijgen dat maar mogelijk is. De mensen zouden zich niet meer overeten, omdat hun lichaam niet meer hunkert naar één bepaald ontbrekend essentieel mineraal, koolhydraat, aminozuur of vetzuur. Ziekten zoals kanker en diabetes, hart- en vaatziekten, en auto-immuunziekten zouden tot het verleden behoren. Opgroeiende kinderen zouden hun volledig genetisch potentieel kunnen ontwikkelen. Hun intelligentie en kracht zouden niet langer worden begrensd door ondervoeding of toxische stoffen. Er zouden minder hectares landbouwgrond nodig zijn om meer mensen en dieren te kunnen voeden. En omdat men zich richt op kwaliteit in plaats van kwantiteit is het ook duurzaam.
Het is vrijwel niet bekend, maar de basis van deze Nieuwe Landbouw bestaat al geruime tijd. De kennis om de boven beschreven doelstellingen te bereiken, is er al meer dan 60 jaar.
De fundamentele wetenschap over evenwicht in bodem­mineralen en diens relatie tot gezondheid en voeding is lang geleden ontdekt, maar werd weggestopt en genegeerd. Het werd weggehouden van de landbouw­scholen en boeren (de zogenoemde ‘conventionele’ stroming) en de verschillende ‘alternatieve’ scholen. Het wordt niet of sporadisch genoemd op universiteiten en scholen. Vele ‘alternatieve’ telers hebben er nog nooit van gehoord. Diegenen die er wel van gehoord hebben en het niet begrijpen en ook niet uitgeprobeerd hebben, hebben er desalniettemin een mening over waarom het niet zou werken. We zijn nu in de situatie aanbeland dat we de antwoorden paraat hebben, maar ze worden nog niet geaccepteerd.

Veel van het werk waarop deze mineraal-gebalanceerde-landbouw berust, werd gedaan in de jaren 1920, 1930 en 1940. In het depressie­tijdperk van de jaren dertig lag er veel nadruk op uitzoeken wat er verkeerd ging in de landbouw dat leidde tot de ‘dust bowl years’ en een algehele daling van de gezondheid van de Amerikanen en het land. Voedings­wetenschappen was een nieuw gebied en er werden vele geweldige doorbraken gemaakt. Rond de latere jaren 1930 en begin 1940 werden er geweldige vorderingen gemaakt op zowel het gebied van de bodemgezondheid als de gezondheid van dieren.

Toen kwam de Tweede Wereldoorlog, en er waren dringend voedsel­producenten nodig (boeren). Ze werden door de overheid geworven en tot onderdeel van de oorlogsmachine gemaakt, gesubsidieerd door gegarandeerde prijzen en ze werden gestimuleerd om te innoveren. Aan het eind van de oorlog werden de meeste economieën van de wereld gedomineerd door dit bedrijfs­productiemodel, waarvan het grootste deel in verband stond met de oorlog. Na de oorlog kreeg dit industriële model een heroriëntatie door de productie van goederen, machinerieën en chemicaliën voor vredestijd.

In 1950 leek de moderne wereld onverschrokken te zijn, een wereld waarin alle problemen eerder opgelost konden worden door de Natuur te domineren dan door ermee samen te werken. Grote chemische bedrijven trokken door het land, verleenden studiebeurzen aan universiteiten en begonnen hun op chemie gebaseerde landbouw op te dringen. De meeste boeren namen dit nieuwe model graag over; ze waren niet alleen boer, maar moderne handels­bedrijven, gebaseerd op de nieuwste weten­schappelijke kennis. Zo ongeveer dachten ze.
Terwijl de opbrengsten groter werden, ging de voedingswaarde omlaag. De planten, die ‘moesten’ groeien op de snel uitgeputte bodem, waren insecten- en ziektemagneten, en hadden ieder jaar meer bestrijdingsmiddelen nodig. De sterk geconcentreerde meststoffen brandden de humus in de bodem op en doodden zo het bodemleven. De bodem werd van de minerale voorraden beroofd, omdat alleen die voedingsstoffen toegevoegd werden die voor grote opbrengsten zorgden. De dieren (en mensen) die met deze planten groot­gebracht werden, kregen ondervoedings­verschijnselen en waren erg vatbaar voor allerlei ziekten. De wet van ‘dalende meeropbrengsten’ ging zich vertonen, maar de ‘wetenschappelijke’ methode om het probleem op te lossen, was altijd een ander chemisch middel en een speciaal ontwikkelde plant om dat weer te tolereren.

In de tussentijd, nog kort na de oorlog, begon J.I. Rodale met de biologische landbouw­beweging in de VS, geïnspireerd door het werk van Sir Albert Howard en Lady Eve Balfour in Engeland. In dezelfde tijd begon William Albrecht de geldigheid en waarde van een landbouw op basis van een evenwichtige mineralengehalte te bewijzen. Wie was deze William?

William A. Albrecht, PhD, landbouwkundige en bodemwetenschapper, en zijn team van onderzoekers op de landbouw­afdeling van de Universiteit van Missouri, waren diegenen die de mineralen­basis voor De Nieuwe Landbouw ontwikkelden: het concept van het uitbalanceren van de alkalische voedings­stoffen in de bodem, gebaseerd op de capaciteit van de bodem om die voedings­stoffen vast te kunnen houden. In de jaren 1920 besloten ze om eens een nauwkeuriger blik op de vele verscheidende minerale deeltjes in de bodem te werpen; op de klei, het slib en de kleideeltjes. Ze namen iets van de bodem, verwijderden het Organisch Materiaal, en scheidden de deeltjes in een centrifuge naar grootte en gewicht. Dit leverde een bijna heldere, gel-achtige laag op die opgebouwd bleek te zijn uit ongelofelijk kleine kleideeltjes, zo klein dat ze zelfs met de meeste microscopen niet te zien waren. Ze waren zó klein dat ze bleven zweven, en lieten zich er zelfs niet uit centrifugeren, hoewel ze niet oplosten. Dit waren colloïdale deeltjes, zo worden ze genoemd, en dit was colloïdale klei. Wat deden deze kleine deeltjes in de bodem? Een heleboel, zo bleek. Deze colloïdale kleideeltjes waren de basis van de kationen uitwisselings­capaciteit van de bodem. Daar werden de alkalische voedingsstoffen in de bodem opgeslagen, vastgehouden door een eenvoudige statische (elektrische) lading, veilig voor het uitspoelen, en toch makkelijk beschikbaar voor het bodemleven. Het planten- en bodemleven wisselden de positief (+) geladen waterstof­ionen uit voor de positief (+) geladen voedingsstoffen.

Albrecht en zijn onderzoeksteam besteedden er tientallen jaren aan om te experimenteren met velerlei verschillende combinaties van minerale voedings­stoffen, door gewassen te laten groeien en die aan de dieren te voeren waarbij de voedings­waarde van het gewas en de gezondheid van de dieren werden gemeten.

Maar eind jaren 1950 en begin 1960 hadden de grote chemische bedrijven de meeste landbouw­scholen in de VS overgenomen. Ze boden aan om nieuwe gebouwen, onderzoeks­projecten en nieuwe professionele banen te financieren, maar dan moesten Professor Albrecht en de andere holistische onderzoekers van de jaren 1920, 1930 en 1940 opstappen. Albrecht had aangetoond dat de benadering van de chemische bedrijven een onnodige weg naar bankroet en vernietiging was. Hij kon hun opvattingen niet doceren, vooral omdat hij al vele jaren lang een systeem had ontwikkeld dat juist wel duurzaam en gezond was.

Albrecht werd in de jaren 1960 gedwongen met pensioen te gaan. Zijn werk werd begraven en het zou verloren zijn gegaan als de econoom en chef-redacteur Charles Walters zich er niet voor ingezet zou hebben om Albrecht’s principes te verspreiden via het tijdschrift Acres USA, dat hij in 1970 startte. Charles Walters noemde deze nieuwe wetenschap van balanceren van de katione mineralen in de bodem ‘EkoLandbouw’. Het werd met groot succes toegepast op duizenden hectares van commerciële boerderijen in de VS en Australië, maar de boodschap van het mineralen­evenwicht heeft nog niet de huistuinder of de kleine producent bereikt, en ook nog niet de vele andere takken van alternatieve landbouw. De gedomineerde landbouw­staats­scholen doen ondertussen alsof het niet bestaat.

J.I. Rodale werkte in de latere jaren 1940 met William Albrecht en Louis Bromfield op de Bromfield’s Malabar Farm in Ohio. Bromfield werkte daar om uitgeput boerenland weer te herstellen door Albrecht’s mineralen­balans­principes toe te passen, en ook de biologische opvattingen van de Engelse agriculturist Sir Albert Howard. Op een gegeven moment hadden Rodale en de Malabar Farm Groep een menings­verschil over het gebruik van enkele door mensen gemaakte meststoffen, die door sommigen als niet-schadelijk werden beschouwd – waarschijnlijk ammoniumsulfaat. Rodale was een purist en in zijn idee van organisch was er geen plaats voor toevoegingen die niet 100% natuurlijk waren. Sir Albert Howard onderwees dat bomen en andere diep wortelende planten de noodzakelijke mineralen naar boven zouden halen, hij gaf niet veel om andere opvattingen. Rodale was ervan overtuigd dat bladeren van diep wortelende bomen en rottend planten­materiaal prima konden voorzien in de behoeften van planten aan alle voedings­stoffen, zodat ze goed gedijen, zelfs in arme of uitgeputte bodem.

Rodale ging verder en richtte het Organic Farming and Gardening Magazine op – tegenwoordig het Organic Gardening Magazine. In de eerste tien jaar schreef hij praktisch alleen over Organisch Materiaal. Alles wat er nodig was, was mulch en compost, meende hij. Pas in het begin van de jaren 1960 begon hij de rol van mineralen te erkennen en aan te bevelen, vooral steenfosfaat, greensand en Dolomietenkalk. Gewone tuinkalk, Calcium, werd meer gezien als een pH-regelaar, dan dat het werd herkend als een enkelvoudige voedingsstof, die het meeste nodig is in de bodem. Rodale was een man met een missie, en allen die van hem geleerd hebben geven hem veel respect. Hij is grotendeels verantwoordelijk voor de bezieling van de sterke en levendige biologische landbouw­beweging in de VS en in de wereld van vandaag. Echter, een ieder die een tuiniers­opleiding heeft gevolgd aan een Rodale School leert dat mineralen nodig zijn, maar zal waarschijnlijk niet weten waarom of hoeveel ervan nodig zijn, of waar ze vandaan komen.

Intussen verspreidde zich Albrecht’s mineraal-gebalanceerde landbouw in de jaren 1980 en 1990 (door Walters gepromoot in de Acres USA-tijdschriften en een aantal boeken) op redelijk grote boerderijen. Boeren die de mineralen­benadering gebruikten, wisten weinig tot niets over de biologische groepering. Het in evenwicht brengen van de bodem­voedings­stoffen op basis van de uitwisselings­capaciteit functioneerde goed. Veel boeren die genoeg hadden van chemicaliën en vergiften (of zagen dat anderen betere gewassen hadden terwijl ze minder werkten en minder geld uitgaven) pasten ook de principes van William Albrecht toe, tot aan de dag van vandaag. Ik heb nog niemand gehoord die terug is gegaan naar zijn eerdere manier van landbouw, tuinieren of veeteelt, wanneer ze eenmaal de resultaten hebben gezien van een gemineraliseerde, uitgebalanceerde bodem.

Een andere belangrijke persoon die de kennis van de minerale voedings­stoffen in de landbouw bracht, was wijlen Carey A. Reams (1903-1985), PhD, arts en landbouw­kundige, die het meeste van zijn werk in Florida deed, VS. De filosofieën van de Albrecht- en Reams­scholen stemmen met elkaar overeen, en verschillen maar een beetje. Ze zijn het eens over het mineralen­evenwicht, maar gebruiken vaak een andere uitleg en terminologie. Studenten van Carey Reams en William Albrecht, en de studenten van hun studenten, zijn tegenwoordig wereldwijd de meest mineraal­bewuste landbouw­consultants, waaronder deze auteur.

Biologisch tuinieren is jammer genoeg stil blijven staan in de jaren 1950. Het heeft zich niet verder ontwikkeld dan compost, mest en mulch. Andere biologische landbouw­scholen – Steiners Biologisch-dynamische, Permacultuur, Elaine Inghams Soil Food Web concept, de verschillende wonderlijke micro-organismescholen enzovoorts – allen benadrukken ze bijna alleen de biologische en op compost gebaseerde benadering. Sporadisch wordt er steenmeel, steenfosfaat of Dolomietenkalk genoemd, en dan nog zelden met enig begrip van de betrokken bodemchemie.

De enige mineraalgeoriënteerde ‘mainstream’ school van de alternatieve landbouw is wat ik noem de Glacial Rock Dust school, gebaseerd op het beroemde boek Remineralize the Earth, waarvan de auteurs beargumenteren dat bij het terugtrekken van de gletsjers aan het eind van de laatste ijstijd, onze bodem voor het laatst een verse dosis mineralen kreeg. Hun oplossing was om vers gemalen steenmeel aan de bodem toe te voegen als bron van de ontbrekende mineralen, maar zonder begrip welke rol de mineralen spelen, en zonder idee van de hoeveelheden of evenwicht van de benodigde mineralen.

Een gemiddelde bodem met een kationen uitwisselings­capaciteit van 10 heeft ongeveer 3300 kg Calcium/ha in uitwisselbare vorm nodig, en ongeveer 55 kg/ha Zink. Zit dat in het steenmeel of niet? Heeft de bodem die specifieke mineralen in dat steenmeel wel nodig? Vers gemalen steenmeel is een zeer goede bodemaanvulling, maar kan niet gebruikt worden om een mineralen­tekort of onevenwichtigheid te corrigeren.

Omstreeks 1970 was de scheiding al heel groot geworden tussen diegenen die biologische landbouw bedreven en diegenen die landbouw­methoden hanteerden met sterke chemische mest­stoffen, pesticiden en herbiciden. Niemand sprak nog met de andere partij. De biologische stroming nam het vergiftigen van het land hoog op en de chemische landbouwers dreven de spot met de biologische volgelingen als achter­gebleven tegenstanders. Geen van de twee kampen was bekend met de succesvolle methoden van Albrecht of Reams. Hoe konden ze dat ook weten? De Biologische Landbouw was er sterk van overtuigd dat het antwoord alleen lag in de biologische stoffen en de bodem­biologie, terwijl de chemische landbouwers ervan overtuigd waren dat het volgende hybridegewas en nieuwste bestrijdings­middel hun groeiende problemen zouden oplossen. Geen van hen was erin geïnteresseerd te weten dat er een goed werkend systeem was, waarin de vele duizenden kilo’s compost en mest per hectare niet nodig zijn, zelfs geen toxische reddings­stoffen.

Het verhaal gaat verder
….

 

Advertenties